Terug naar overzicht

Subsidie Spotlight op het septemberakkoord

Op 30 september 2026 stelde minister-president Matthias Diependaele de Septemberverklaring voor in het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering koppelt er een besparingsoperatie aan van 1,9 miljard euro in 2027, oplopend tot 3 miljard euro in 2029. De komende drie jaar verdwijnt ruim 500 miljoen euro aan subsidies.

Voor lokale besturen weegt vooral de afgeremde groei van het Gemeentefonds. Samen met andere ingrepen in de algemene financiering verliezen gemeenten tot 2031 ruim 1,1 miljard euro, berekende de VVSG. Daarnaast schrapt of hervormt Vlaanderen een reeks subsidies waarop lokale besturen en hun partners rekenen. Een volledig overzicht ontbreekt nog.

In deze Subsidie Spotlight leggen we de maatregelen die al bekend zijn naast Subsidiemanager, de databank waarin IDEA Consult en Vanden Broele al ruim 3.000 subsidieoproepen in kaart brachten. Welke oproepen veranderen, welke verdwijnen en welke blijven onaangeroerd?

Stand van zaken op 15 oktober 2026. Dit artikel is gebaseerd op de informatie die vandaag publiek beschikbaar is. De Vlaamse Regering maakt de invulling van de besparingen stap voor stap bekend en het Vlaams Parlement heeft het laatste woord. Bedragen, percentages en timing kunnen dus nog wijzigen. We werken dit artikel bij zodra er nieuwe informatie is. De datum bovenaan geeft telkens de meest recente versie aan.

Wat weten we al?

Algemene financiering: het Gemeentefonds groeit normaal met 3,5% per jaar. In 2027 wordt dat 1%, in 2028 1,25% en in 2029 2%. Over de periode 2027–2031 betekent dat ongeveer 1 miljard euro minder inkomsten. Het Openruimtefonds levert in dezelfde periode 90 miljoen euro in. Antwerpen, Gent, Mechelen, Oostende en Sint-Niklaas verliezen vanaf 2027 de 5 miljoen euro die restte van het vroegere federale grootstedenbeleid.

Cultuur en erfgoed: Vlaanderen bespaart 47 miljoen euro op cultuur, meldde VRT NWS. De VVSG zette op een rij wat dat lokaal betekent:

  • bovenlokale musea, erfgoedcellen en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voor cultuur verliezen 30% van hun subsidies;
  • erkende stadsarchieven krijgen de helft minder;
  • erfgoedbibliotheken verliezen hun volledige Vlaamse steun;
  • het Decreet Bovenlokale Cultuurwerking wordt hervormd, met een besparing van 4,7 miljoen euro;
  • ongeveer 120 organisaties in het sociaal-cultureel volwassenenwerk verliezen vanaf 2027 7,3% van hun subsidies.

Wonen: vandaag kunnen lokale besturen via een jaarlijkse projectoproep tot 50% subsidie krijgen voor noodwoningen. Die subsidie wordt vervangen door een FS4-lening van 100% aan de woonmaatschappij, waarmee het lokaal bestuur noodwoningen kan realiseren. Voor de oproep van 2026 verandert er niets.

Werk en sociaal beleid: OCMW’s verliezen de vergoeding voor de begeleiding van mensen die via artikel 60 § 7 werkervaring opdoen. Volgens de VVSG gaat het om 5.340 euro per traject per jaar. Voor ondernemingen verdwijnt de kmo-portefeuille, bevestigt VLAIO. De sectorconvenanten verdwijnen ook volledig, meldt Unizo.

Ondernemingen: VLAIO bevestigt dat de Vlaamse Regering drie steuninstrumenten stopzet:

  • Kmo-portefeuille: in 2026 kunnen ondernemingen nog steun aanvragen tot het jaarbudget op is.
  • Screen Flanders: vanaf 2027 komen er geen nieuwe oproepen meer. De tweede oproep van 2026 wordt nog volgens de gebruikelijke procedure afgehandeld.
  • Landbouwtrajecten: vanaf 2027 komen er geen nieuwe oproepen meer. De lopende oproep gaat wel nog door.

Het volgende deel laat zien welke van deze maatregelen rechtstreeks raken aan oproepen in Subsidiemanager.

De maatregelen naast Subsidiemanager

Niet elke besparing zal zichtbaar zijn in Subsidiemanager. De databank bundelt oproepen waarvoor een organisatie zelf een aanvraag indient. Net de zwaarste ingrepen voor lokale besturen zijn geen oproepen:

  • het Gemeentefonds, het Openruimtefonds en de restmiddelen van het grootstedenbeleid zijn algemene financiering;
  • de begeleidingsvergoeding voor artikel 60 is een vergoeding die in de regelgeving vastligt;
  • de kmo-portefeuille, landbouwtrajecten en Screen Flanders richten zich tot ondernemingen en vallen buiten de scope van de databank.

Waar de besparingen wel oproepen raken, gaat het vooral om drie groepen:

  1. (Bovenlokale) cultuurwerking

Subsidiemanager bevat sinds 2021 veertien fiches rond het Decreet Bovenlokale Cultuurwerking. Het gaat om projectoproepen met twee indienrondes per jaar, de kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten en de werkingssubsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. De oproep voor die werkingssubsidies 2027–2032 sloot op 1 april 2026. De huidige besparing loopt dus midden in een lopende subsidieronde en geldt wellicht ook voor toekomstige projectoproepen.

Ook de subsidielijn Innovatieve Partnerprojecten Cultuur, die Subsidiemanager sinds 2023 jaarlijks opvolgt, verdwijnt. Helemaal verrassend is dat niet: een evaluatie die IDEA Consult in 2024 uitvoerde voor het Departement Cultuur, Jeugd en Media stelde vast dat het instrument een klein en dalend budget had, gemiddeld zo’n 380.000 euro per jaar. Het overlapte ook met andere instrumenten, zoals de projectsubsidies voor bovenlokaal cultuurbeleid, en liet weinig duurzame effecten na in de bredere cultuursector. Toch concludeerde de evaluatie niet dat het instrument moest verdwijnen, maar dat het meer potentieel had met een scherper doel, meer middelen en meer begeleiding.

  1. Cultureel erfgoed

De oproep voor werkingssubsidies voor collectiebeherende organisaties staat al in de databank, voor de periode 2029–2033 met indiening tot 15 januari 2028. Tot die groep horen onder meer musea en archieven. De lopende beleidsperiode duurt nog tot eind 2028, maar voor de bovenlokale musea gaat de besparing al in op 1 januari 2027. Ook de projectoproep voor internationale, landelijke en bovenlokale cultureel-erfgoedprojecten volgt Subsidiemanager elk jaar.

  1. Noodwoningen

Subsidiemanager volgde de projectoproep noodwoningen in 2020, 2021, 2022, 2023 en 2025. Die oproep verdwijnt niet zomaar, maar verandert van vorm: van een investeringssubsidie voor het lokaal bestuur naar een lening voor de woonmaatschappij.

Dat sluit aan bij de afweging die je als subsidiegever moet maken: een subsidie is vooral geschikt voor activiteiten die zichzelf niet kunnen terugverdienen. Een verhuurde woning brengt huurinkomsten op en dan kan een lening volstaan. Maar voor noodwoningen ligt dat minder voor de hand. Ze bieden tijdelijke huisvesting in noodsituaties, waardoor bezetting en huurinkomsten moeilijker te voorspellen zijn. Bovendien verschuift het initiatief van het lokaal bestuur naar de woonmaatschappij. Gemeenten die noodwoningen plannen, maken daarom best tijdig afspraken met hun woonmaatschappij.

De besparingen raken het oproepenaanbod voor lokale besturen dus wel, maar eerder selectief. Het gaat zowel om oproepen die volledig verdwijnen als om oproepen met minder budget of een andere vorm, vaak midden in een lopende ronde. Reken je op deze oproepen? Bekijk dan best opnieuw je timing en financieringsplan.

Vier actuele vragen en to-do’s voor jouw bestuur

  1. Welke dossiers steunen op een oproep die krimpt of verandert? Maak een lijst van de lopende en geplande aanvragen bij de oproepen hierboven. Ga na welke ontvangsten je ervoor in het meerjarenplan hebt ingeschreven.

  2. Hoe realistisch is die ontvangst nog? Minder budget per oproep betekent een lagere slaagkans. Schrijf onzekere subsidies voorzichtig in en herbekijk de timing van projecten die van een oproep afhangen.

  3. Welke alternatieven zijn er op andere niveaus? Twee derde van het subsidieaanbod komt niet van Vlaanderen (zie onder). Provinciale, Europese en private oproepen kunnen een deel opvangen. Let daarbij wel op dubbele financiering.

  4. Wat doe je met de vragen van je partners? Musea, erfgoedcellen en verenigingen combineren vaak Vlaamse en lokale middelen. Als Vlaanderen terugtreedt, komt de vraag bij de gemeente terecht. Weeg die vraag af met de vier criteria uit onze reeks Slim en zorgvuldig omspringen met subsidies: effectiviteit, geschiktheid, additionaliteit en uitvoerbaarheid. Zo wordt inspringen, of net niet inspringen, een bewuste keuze en geen automatisme.

Wat zegt dat over het aanbod?

De besparingen komen boven op een subsidieaanbod dat de voorbije jaren opvallend stabiel bleef. Dat blijkt uit onze analyse op de subsidiefiches in Subsidiemanager. Elk jaar verschijnen er zo’n 600 à 700 nieuwe subsidieoproepen en 2026 zit op hetzelfde tempo. Op 13 oktober stonden 298 oproepen open met een deadline in de toekomst (in totaliteit, voor doelgroepen lokale besturen en zorg- en welzijnsinstellingen).

Drie vaststellingen zijn voor lokale besturen relevant:

  • Ongeveer twee derde van het aanbod komt van buiten de Vlaamse overheid: van de provincies, Europa, private fondsen en de federale overheid. Het aantal provinciale oproepen lag in 2024 bijna dubbel zo hoog als in 2023.
  • Het aanbod is meer op lokale besturen gericht dan vroeger: 84% van de nieuwe oproepen in 2026 staat voor hen open, tegenover 75% in 2023.
  • Het snijden in subsidies is al even aan de gang. In 2025 werd al eens 300 miljoen euro aan subsidies geschrapt. Het aantal Vlaamse oproepen lag begin 2026 ongeveer een vijfde lager dan in 2024 en 2025, en bevond zich terug op het niveau van 2023.

Tot slot

Nogmaals: het volledige beeld van de besparingen is er nog niet. De komende maanden worden de maatregelen vertaald in decreten, besluiten en nieuwe oproepen. In Subsidiemanager volgen we die wijzigingen op zodra ze gepubliceerd worden. Wil je nagaan wat de besparingen betekenen voor de subsidiedossiers van jouw bestuur? Neem dan contact op met Lode Van Der Schueren, subsidieadviseur bij IDEA Consult, via lode.vanderschueren@ideaconsult.be.

Referenties en bronnen

Plan een verkennend gesprek

Heb je een projectidee, maar weet je niet of het binnen deze oproep past? Plan een verkennend gesprek met ons team. IDEA Consult en team Subsidiemanager denken graag mee met jullie.
Boek een meeting

Deel dit nieuwtje